De woningmarkt is merkbaar rustiger geworden. Er worden minder koopovereenkomsten gesloten, terwijl er meer woningen te koop staan. Dit geeft kopers meer keuze en minder druk om over te bieden.
Uit onderzoek blijkt dat de meerderheid van de kopers momenteel starters zijn. Dit zijn niet alleen jongeren, maar ook dertigers en veertigers die door gestegen woningprijzen en beperkt aanbod kiezen voor hun eerste woning. Veel mensen kiezen ervoor om te verbouwen, wat blijkt uit het toenemende aantal aanvragen voor hypotheekakten. Verbouwen is vaak de enige optie, omdat een nieuw huis kopen te duur is, wat de doorstroming op de woningmarkt belemmert.
Altijd een schriftelijke koopovereenkomst bij woning kopen
Wist u dat bij de aankoop van een woning altijd een schriftelijke koopovereenkomst nodig is? Zonder een dergelijke overeenkomst is de koop niet rechtsgeldig. Dit geldt als de koper een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De wetgever heeft hiervoor gekozen ter bescherming van de koper, maar beide partijen kunnen op dit vereiste een beroep doen.
Maar wat wordt er precies bedoeld met de aankoop van een woning? Wat is daarvoor beslissend? Een voorbeeld uit de rechtspraak illustreert dit.
Praktijkvoorbeeld: wanneer is een schriftelijke koopovereenkomst nodig?
Herman heeft van Toon een perceel gekocht met een woning, deel/schuur en een groot bestraat terrein, voor een mooie prijs. Voor het perceel is een vergunning afgegeven voor het bouwen van een bedrijfshal. Een week later ontvangt Herman een bericht van Toon dat hij het aan iemand anders heeft verkocht. Herman wil dat Toon zich aan hun koopovereenkomst houdt. Toon stelt echter dat hij nergens toe verplicht is omdat er geen schriftelijke koopovereenkomst is gesloten, zoals de wet eist bij een woningaankoop.
Let op: met ‘woningaankoop’ bedoelt de wet de feitelijke situatie, dus het is niet doorslaggevend of een woning ook bij de gemeente de bestemming ‘woning’ heeft. Het gaat erom of de verkoper zich tegenover de koper heeft verplicht een woning te leveren.
Toon legt uit dat hij al 40 jaar in de woning woont en de schuur privé gebruikt. Het terrein achter de deel/schuur gebruikt hij voor de opslag van horecawagens. Enkele jaren geleden is de bestemming van ‘wonen’ naar ‘wonen met bedrijvigheid’ gewijzigd, maar het bestrate terrein is het enige deel dat bedrijfsmatig wordt gebruikt. Volgens Toon is bewoning het belangrijkste element.
Herman stelt dat hij een perceel heeft gekocht met een bedrijfshal (deel/schuur), een bestraat terrein en een bedrijfswoning, die aan het bedrijf ondergeschikt is. Hij heeft het gekocht vanwege de opslagruimte die de bedrijfswoning en schuur bieden en vanwege de vergunning voor de bouw van een bedrijfshal. Bewoning was voor hem minder belangrijk.
De rechter oordeelde dat een schriftelijke koopovereenkomst in dit geval niet vereist was. De vraag is of Toon zich verplicht heeft tot het leveren van een woning. Volgens de rechter is dat niet het geval. Het bestrate terrein vormt een aanzienlijk deel van het perceel en wordt bedrijfsmatig gebruikt. Ook de deel/schuur wordt zakelijk benut, onder andere voor reparaties en opslag. Het is bovendien toegestaan een grote bedrijfshal te bouwen.
Daarom oordeelde de rechter dat Toon zich niet heeft verplicht een woning te leveren en dat een schriftelijke koopovereenkomst niet vereist is. Het feit dat er een woning op het perceel staat waar Toon lang heeft gewoond, verandert hier niets aan.
Vragen?
Heeft u vragen over koopovereenkomsten of het kopen van een woning? Bel ons via 053 5383777, mail naar info@poppinghaus.nl of kijk op www.poppinghaus.nl. Wij helpen u graag verder.