Tussen alle politieke onrust en onzekerheden die op ons afkomen, zijn er gelukkig ook zekerheden. Eén daarvan is de uitdaging waar wij als notarissen dagelijks voor staan: het maken van testamenten die toekomstbestendig zijn. Maar hoe goed je ook probeert vooruit te kijken, het leven heeft nu eenmaal zijn verrassingen.
Een voorbeeld uit de praktijk
In november 2023 kwam er een interessante zaak voorbij bij de Hoge Raad. Een man had in 2006 een testament opgesteld waarin hij zijn toenmalige echtgenote aanwees als enige erfgenaam. Later is hij van haar gescheiden. Op zich is dat niet zo bijzonder: volgens de wet vervalt zo’n erfstelling automatisch bij echtscheiding.
Maar deze man had nagedacht over dat scenario en liet opnemen:
“Voor het geval dat de onder II. gemaakte erfstelling [van zijn toenmalige echtgenote] geen gevolg heeft, benoem ik mijn broer [B] tot mijn enige erfgenaam. Indien hij niet van mij erft, benoem ik zijn afstammelingen die in Nederland zijn geboren tot mijn enige erfgenamen.”
Op het eerste gezicht lijkt dat duidelijk geregeld.
Maar er gebeurde iets dat hij kennelijk niet voorzien had: hij hertrouwde met een tweede echtgenote en kreeg met haar twee kinderen. Er werd nog wel een concept-testament opgesteld waarin hij hen als erfgenamen wilde aanwijzen, maar hij heeft dit nooit ondertekend. Na zijn overlijden ontstond dan ook de grote vraag: wie zijn nu zijn erfgenamen?
Wat oordeelde de rechter?
De zaak kwam uiteindelijk bij de Hoge Raad terecht. Die oordeelde dat een testament uitgelegd mag worden aan de hand van nieuwe omstandigheden die zich na het opstellen ervan hebben voorgedaan.
Met andere woorden: als er dingen veranderen in iemands leven, mag je het testament interpreteren alsof het alleen bedoeld was voor de situatie op het moment van ondertekening.
Het dossier werd doorverwezen naar het Gerechtshof, en die oordeelde in mei 2025: de broer is géén erfgenaam. Waarom niet?
- Toen het testament werd gemaakt, had de man geen kinderen en was hij getrouwd met zijn eerste vrouw.
- Hij benoemde zijn broer en diens afstammelingen als alternatief, maar niet zijn eventuele eigen kinderen.
- Het feit dat hij wél over “afstammelingen” sprak (die van zijn broer), en niets over mogelijke eigen kinderen, is veelzeggend.
- Daarmee lijkt het erop dat hij destijds dacht kinderloos te zullen blijven.
- De rechter vond het moeilijk voorstelbaar dat hij wél de kinderen van zijn broer zou willen laten erven, maar niet zijn eigen kinderen.
Ook over zijn tweede echtgenote werd niets vermeld. De eerste echtgenote werd bij naam genoemd. De rechter leidde daaruit af dat hij bij het opstellen van zijn testament niet heeft gedacht aan een nieuw huwelijk.
Wat leert deze zaak ons?
Het laat zien hoe belangrijk het is om een testament regelmatig tegen het licht te houden, zeker bij grote veranderingen in uw leven: een scheiding, een nieuw huwelijk, of de komst van kinderen.
Het zou deze man geholpen hebben als hij meer mogelijke scenario’s had laten opnemen. Natuurlijk: het is onmogelijk om álles te voorzien. Maar het krijgen van kinderen is bij mannen ook op latere leeftijd nog mogelijk. Daar mag soms iets meer ruimte voor in een testament worden opgenomen.
Tegelijk begrijp ik ook heel goed dat het voor stellen die geen kinderen kunnen krijgen pijnlijk is als het steeds over “afstammelingen” gaat. Dat zijn menselijke overwegingen die in elk gesprek over een testament meespelen.
Vragen over uw testament?
Heeft u een testament waarin misschien niet meer alles past bij uw huidige situatie? Of twijfelt u of uw huidige regeling nog wel klopt? Neem dan gerust contact op.
📞 Bel ons via 053 538 3777
📧 Mail naar info@poppinghaus.nl
🌐 Of kijk op www.poppinghaus.nl