Huwelijkse voorwaarden
Als notaris kom je soms schrijnende gevallen tegen waar je niet altijd op bedacht bent. Van een collega uit het zuiden van het land is de volgende: Herman, 66 jaar oud en eigenaar van een florissante veehouderij met veel grond leert Chantal van 30 kennen via een datingsite. Na enkele ontmoetingen besluiten ze met elkaar te trouwen. Kort voor hun huwelijk hebben ze huwelijkse voorwaarden op laten stellen. Daarin is een zogenaamd finaal verrekenbeding opgenomen, dat ervoor zorgt dat bij overlijden maar soms ook bij echtscheiding tussen beide echtgenoten wordt afgerekend alsof ze in algehele gemeenschap van goederen getrouwd waren. Met andere woorden: alles wordt sam/sam gedeeld, ook al zijn ze daar niet allebei eigenaar van.
Vaak is dit gebaseerd op het feit, dat men wel samen voor de opbouw van het vermogen gaat zorgen tijdens het huwelijk, en het dan eerlijk gevonden wordt dat er bij overlijden of echtscheiding gedeeld wordt. Ook kan het erfbelasting schelen als de ene echtgenoot een veel groter vermogen heeft dan de andere bij overlijden.
Herman en Chantal hadden deze bepaling ook bij echtscheiding opgenomen
en zijn zo getrouwd. Binnen twee jaar vraagt zij echter echtscheiding
aan en doet een beroep op dit beding. De rechter vond dit daarentegen nog niet zo vanzelfsprekend, sterker nog, door de feiten en omstandigheden werd dit beroep afgewezen omdat “onverkorte toepassing van de huwelijkse voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is”.
Wat bleek: Herman is vooral met Chantal getrouwd omdat zij beloofde bij hem te komen wonen en een gezin met hem te stichten. Ook heeft zij onweersproken beloofd nooit echtscheiding aan te zullen vragen.
Daar is echter niets van terecht gekomen want op een voor Herman volslagen
onverwacht moment vroeg zij ineens echtscheiding aan. En wat blijkt, op initiatief van Chantal zijn ze vlak voor hun huwelijk bij twee notarissen langs geweest voor advies en huwelijkse voorwaarden. Bij de tweede notaris zijn die uiteindelijk opgesteld, maar die notaris heeft verklaard dat daarbij is verteld dat Herman in een melkfabriek werkt en een vermogen van ongeveer 20.000 euro had.
De rechtbank heeft van de eerste notaris, waar Herman en Chantal langs waren geweest, vernomen dat zij niet aan het opstellen van de door Chantal gewenste huwelijkse voorwaarden is toegekomen omdat zij dit sterk heeft afgeraden gezien het verschil in vermogen tussen Herman en Chantal en ook door de wijze waarop dit was gevormd. Chantal had zelf geen noemenswaardig vermogen opgebouwd, zodat een finaal verrekenbeding (of ook het aangaan van huwelijkse voorwaarden waar alles gemeenschappelijk zou worden) bij echtscheiding wel heel veel voordeel aan Chantal zou geven. In dit geval een onaanvaardbaar voordeel wat de rechtbank betreft.
Saillant detail is dat deze huwelijkse voorwaarden voor 1 januari 2018 niet nodig waren geweest. Toen kon je dit voordeel al opstrijken door zonder huwelijkse voorwaarden in het huwelijksbootje te stappen. Nu geldt de beperkte gemeenschap van goederen: alles wat je alleen bezit (ook de schulden die je alleen had) vóór het huwelijk, blijven alleen aan jou toebehoren. Wil je dat wel gemeenschappelijk laten zijn, dan moet je huwelijkse voorwaarden maken. En wij proberen dan met de belangen van beiden zoveel mogelijk rekening te houden, maar dan moet men wel eerlijk zijn.